Zomerakkoorden Fiscaliteit

 

De hervorming van de vennootschapsbelasting anno 2018

 

De lang aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting komt er dankzij het grote zomerakkoord van de regering Michel. Op voorstel van de minister van Financiën keurde de regering eind oktober 2017 de hervorming goed. Voor alle bedrijven daalt het belastingtarief stapsgewijs. Investeringen worden sterk aangemoedigd. Ook de kleine zelfstandigen krijgen een duw in de rug. Maar aangezien de hervormingsoperatie budgettair neutraal moet blijven komen er noodgedwongen ook compenserende maatregelen. Men financiert de operatie door een heroriëntering naar een rechtvaardigere fiscaliteit: beperken van aftrekposten, strengere sancties en compliance. In deze bijdrage geven wij u een up-to-date overzicht van het ambitieuze hervormingsplan van de regering Michel.

De hervormingsoperatie vennootschapsbelasting verloopt in twee fasen: vanaf de boekjaren die te vroegste starten op 01 01 2018 en behoren tot het aanslagjaar 2019 en vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2020.

 

Aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2018

Vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2020

Nieuw basistarief

29%

25%

Nieuw verlaagd tarief voor KMO

20%

20%

Nieuwe crisisbijdrage

2%

0%

Exit taks

12,5%

15%

 

1ste fase: 2018 

Daling tarief vennootschapsbelasting

Vanaf aanslagjaar 2019 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2018) wordt er naar twee nominale belastingtarieven toegewerkt: een basistarief van 29% en een verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf belastbare grondslag tot € 100 000; voor zgn. KMO-vennootschappen. Tegelijkertijd daalt de aanvullende crisisbijdrage van 3% naar 2%.

Basistarief wordt 29% ipv 33,99 %

Het basistarief is nu 33,99% (33% + 3% crisisbelasting) en daalt naar 29,58% (29% + 2% crisisbelasting).

Verlaagd tarief: 20% voor KMO vennootschappen

Het verlaagd tarief 20,4% (20% + 2% ACB) op de eerste schijf van  100 000 € aan belastbare grondslag.

KMO-vennootschappen zijn kleine vennootschappen conform art. 15, §§ 1-6 Wetboek Vennootschappen die bovendien voldoen aan de voorwaarden uit art. 215, derde lid, 1°, 2°, 4° en 6° WIB 92. Dus voorwaarde mbt uitgekeerd loon aan bedrijfsleider (nu nog 36.000 € straks 45.000 €, geen participaties in andere vennootschap, geen vennootschappen die aandeelhouder zijn, blijven bestaan !!

Verhoging investeringsaftrek van 20% 

Voor nieuwe investeringen gedaan vanaf 01-01-2018 wordt de eenmalige investeringsaftrek van 8% tijdelijk (voor 2 jaar) verhoogd naar 20%.  Het 20% tarief geldt zowel voor kleine vennootschappen als voor eenmanszaken en vrije beroepen in de personenbelasting.

Eenmanszaken worden op sommige vlakken gelijk behandeld als vennootschappen

Vanaf 2018 komen er maatregelen om de fiscale nadelen weg te werken die zelfstandigen nu ondervinden in vergelijking met vennootschappen:

Aftrekbaarheid van autokosten: ook in de personenbelasting worden autokosten voor zelfstandigen met een eenmanszaak aftrekbaar gemaakt in functie van hun CO2-uitstoot .

Stopzettingsmeerwaarden: voor meerwaarden die worden verwezenlijkt of vastgesteld vanaf aanslagjaar 2019 bij de stopzetting van de éénmanszaak vanaf de leeftijd van 60 jaar of wegens overlijden of in het kader van een gedwongen definitieve stopzetting wordt het belastingtarief 10%.

Vrijstelling doorstorting Bedrijfsvoorheffing  

Vanaf 2018 zal de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek gefaseerd uitgebreid worden naar bachelordiploma’s van biotechniek, industriële wetenschap en technologie, en nautische wetenschappen, productontwikkeling, handelswetenschappen en bedrijfskunde, evenwel beperkt tot de opleidingen die in hoofdzaak zijn gericht op informatica.

Voor 2018-2019 bedraagt de vrijstelling 40%.

Notiönele interestaftrek 

De notiönele interestaftrek blijft bestaan maar wordt ingekort en niet meer toegekend op basis van het totale bedrag van het eigen vermogen maar op de aangroei van het eigen vermogen vermenigvuldigd met 20 %.

Investeringsreserve 

De aanleg van investeringsreserve kan niet meer vanaf aanslagjaar 2019. Er is een uitdoofscenario voorzien voor de bestaande investeringsreserve.

Bestrijden van “vervennootschappelijking” 

1/ Verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging naar € 45 000

Vanaf aanslagjaar 2019 wordt de minimale bedrijfsleidersbezoldiging verhoogd van € 36 000 naar € 45 000 als één van de voorwaarden voor het verlaagd KMO-tarief.

Er zijn evenwel twee uitzonderingen :

  • Indien de belastbare winst < € 45 000, dan moet de minimale bedrijfsleidersbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.
  • Kleine vennootschappen zijn uitgezonderd van deze verplichting van minimum bedrijfsleidersbezoldiging gedurende hun eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting.

2/ Bijzondere aanslag bij tekort aan bedrijfsleidersbezoldiging

Vanaf aanslagjaar 2019 wordt een bijzondere aanslag van 5% opgelegd voor elke vennootschap die geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging uitkeert. Vanaf aanslagjaar 2021 bedraagt deze sanctie 10%.

Deze bijzondere aanslag zal, in tegenstelling tot de normale vennootschapsbelasting, aftrekbaar zijn als beroepskost.

Roerende voorheffing op kapitaalvermindering 

Een kapitaalvermindering wordt vanaf 2018 pro rata aangerekend op enerzijds het gestort kapitaal (vrij van Roerende Voorheffing ) en anderzijds op de belaste reserves (al dan niet geïncorporeerd in het kapitaal) en de in kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves (met toepassing van Roerende Voorheffing).

Effectieve belasting op supplement naar aanleiding van controle 

Voor controles die worden gedaan vanaf het aanslagjaar 2019 wordt een effectieve taxatie met te betalen belasting toegepast in het geval er een supplement gevestigd wordt. M.a.w. de belastingplichtige ook als hij overgedragen verliezen of andere overgedragen componenten heeft effectief belasting zal dienen te betalen indien er een extra aanslag voortvloeit uit een controle. Dus niet bij spontane aanpassingen van de aangifte.

 

Niet voorafbetalen wordt vanaf 2018 pak duurder voor vennootschappen 

De belastingvermeerdering voor vennootschappen is dus minstens 6,75%. Het niet tijdig vooraf betalen door vennootschappen wordt dus een pak duurder.

Kleine vennootschappen worden gedurende de eerste 3 boekjaren vanaf de oprichting uitgesloten van de vermeerdering.

Geen integrale aftrek meer van vooruitbetaalde kosten 

Vanaf 2018 zijn vooruitbetaalde kosten niet meer integraal aftrekbaar in het jaar van hun vooruitbetaling maar enkel voor het gedeelte dat betrekking heeft op dat jaar zelf conform de boekhoudwet. 

Beperking voorziening voor risico’s en kosten 

Inzake vennootschapsbelasting blijft de vrijstelling voor voorzieningen voor risico’s en kosten enkel bestaan voor risico’s en kosten die voorvloeien uit op een balansdatum bestaande contractuele, wettelijke of reglementaire verplichtingen andere dan de verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van een boekhoudkundige of jaarrekeningrechtelijke reglementering.

Dit houdt dat in dat voorzieningen voor risico’s en kosten die niet zijn voorzien door andere contractuele, wettelijke of reglementaire verplichtingen dan de verplichtingen inzake het boekhoudrecht, fiscaal niet meer vrijstelbaar zullen zijn.

 

2de fase: vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2020 

Verdere tariefdaling van de vennootschapsbelasting 

Vanaf aanslagjaar 2021 daalt het basistarief van 29% naar 25%.

Het KMO-tarief van 20% blijft behouden voor de eerste schijf belastbare grondslag tot € 100 000.

Vanaf aanslagjaar 2021 wordt voor alle vennootschappen de 2% crisisbijdrage volledig afgeschaft.

 

 

Compenserende maatregelen 

Omdat de hervorming budgetneutraal moet zijn, worden volgende maatregelen genomen om het lager belastingtarief te compenseren. Deze maatregelen worden ook gespreid over 2018 en 2020. Een overzicht van de belangrijkste zaken.

Beperking van de aftrekbaarheid van de interesten op vreemd vermogen (ATAD– interestaftrek) 

Mobiliseren van vrijgestelde reserves 

Vennootschappen met vrijgestelde reserves worden tijdelijk (in 2020 en 2021) aangezet deze bedragen om te zetten in “gewone” belaste reserves aan een verlaagd tarief.

Verduidelijken criterium marktrente 

Het onduidelijke criterium “marktrente” als maximum interestvergoeding voor de creditstand R/C in het kader van de herkwalificatie van interesten in dividenden en in het kader van de aftrekbaarheid van de interesten wordt vervangen door:

De door de Nationale Bank van België bekendgemaakte MFI-rentevoet voor leningen tot 1 000 000 euro met variabel tarief en initiële rentebepaling tot een jaar verstrekt aan niet-financiële vennootschappen gesloten in de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben, verhoogd met 2,5 pct.

Een gelijkaardige regeling zal via KB worden uitgewerkt voor wat betreft de debetinteresten R/C.

Wijziging afschrijvingsregimes 

Het degressief afschrijvingsstelsel wordt opgeheven in de vennootschapsbelasting.

Pro-rata temporis afschrijven in het jaar van de investering wordt voortaan ook verplicht voor kleine vennootschappen

De wijziging van de afschrijvingsregimes is van toepassing op de activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2020.

Aftrekbeperking bijzondere uitgaven 

Niet-aftrekbare boetes: met het oog op harmonisering en vereenvoudiging worden alle administratieve boeten opgelegd door overheden, zelfs indien zij geen strafrechtelijk karakter hebben en zelfs indien zij slaan op een aftrekbare belasting, niet langer aftrekbaar. Dit zal ook in de personenbelasting gelden.

 

Bronnen: diverse fiscale seminaries en Practicali