Liquiditeitstest  anno 2019

 

Een van de opvallendste wijzigingen in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is de afschaffing van het minimumkapitaal voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen.

Opdat er voldoende vermogen binnen de vennootschap zou blijven ter bescherming van de schuldeisers, zal elke uitkering aan de aandeelhouders worden voorafgegaan door een diepgaander analyse: de zogenaamde balans- en liquiditeitstest.

 

Uitkering aan aandeelhouders – welke nieuwe procedure voorziet het WVV?

 De hervorming introduceert een nieuwe verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot uitgekeerde bedragen:

 Alvorens de winst te kunnen bestemmen en het uit te keren bedrag te bepalen, moet de algemene vergadering een solvabiliteitstest  hebben uitgevoerd. Die test houdt in dat er niet kan worden beslist om dividenden uit te keren als het netto-actief van de vennootschap negatief is of als gevolg van die uitkering negatief zou worden.

 De beslissing van de algemene vergadering om een dividend uit te keren kan pas uitgevoerd worden nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat de vennootschap na de uitkering en op basis van de redelijkerwijze te verwachten ontwikkelingen haar aflopende schulden zal kunnen blijven aflossen gedurende een periode van ten minste twaalf maanden na de uitkeringsdatum (de zogeheten liquiditeitstest).

 

In welke gevallen moeten er balans- en liquiditeitstests worden uitgevoerd?

 Naast de hypothese van dividenduitkeringen moeten de balans- en liquiditeitstests ook met name in de volgende gevallen worden uitgevoerd:         

  • Toekenning van tantièmes aan de bestuurders;
  • Terugbetaling van inbrengen;
  • Inkoop van eigen aandelen.

 Alhoewel de alarmbelprocedure niet aanzien wordt als een uitkering, zal ook in dergelijke geval een liquiditeitstest moeten uitgevoerd worden.

 

Hoe wordt de liquiditeitstest  concreet uitgevoerd?

De balans van de vennootschap kan als uitgangspunt worden genomen, en in het bijzonder de berekening van de quick ratio. Daarbij moet rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingen die nog niet als dusdanig in de balans te zien zijn (bijvoorbeeld de projectie van de financiële geldstromen uit het verleden voor de volgende periode van 12 tot 24 maanden; gedetailleerde tabellen van geprojecteerde waardeveranderingen).

 

Opmaak van een verslag door het bestuursorgaan

 Het bestuursorgaan is verplicht een verslag te maken waarin de elementen worden vermeld waarop het zich heeft gebaseerd bij de uitvoering van de liquiditeitstest, evenals de vaststellingen die het heeft gedaan.

Dat bijzondere verslag heeft de vorm van een financieel plan op 12 maanden.

Dat bijzondere verslag van het bestuursorgaan moet in schriftelijke vorm worden opgemaakt, maar hoeft niet openbaar te worden gemaakt en is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid. In de praktijk zal de vennootschap dat bijzondere verslag bewaren in haar archieven. Het bestuursorgaan heeft er alle baat bij om het verslag op te stellen en te bewaren. Mocht de geldigheid van verdeling worden betwist, dan beschikt het bestuursorgaan ten minste over een document dat kan bewijzen dat wel degelijk een liquiditeitstest werd uitgevoerd. Bovendien kan worden nagegaan op welke elementen het orgaan zich voor deze test heeft gebaseerd.

Het verslag van het bestuursorgaan zal enkel worden gecontroleerd door een commissaris als er in de desbetreffende vennootschap een commissaris is aangesteld (op wettelijke of vrijwillige basis). Als er geen commissaris werd aangesteld, zal het verslag niet worden gecontroleerd behoudens eventueel individueel controlerecht van elke aandeelhouder.

Aangezien er hier sprake kan zijn van tegenstrijdige belangen (telkens een bestuurder ook aandelen bezit of bij uitkering van tantièmes), zal de procedure van tegenstrijdige belangen in deze gevallen moeten gevolgd worden.

Voorziene sancties bij uitkering van dividenden in schending van de bepalingen met betrekking tot de balans- en liquiditeitstests

Er gelden bijzonder strenge sancties  bij de uitkering van dividenden in schending van de bepalingen met betrekking tot de balans- en liquiditeitstests:

De begunstigden kunnen voortaan worden verplicht alle onregelmatige uitkeringen terug te betalen ongeacht of de begunstigden te goeder of te kwader trouw waren.

De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk  wanneer zij hun wettelijke verplichtingen met betrekking tot de uitkering van winsten niet nakomen, zowel tegenover de vennootschap als tegenover derden.

De controle door de rechter heeft echter het karakter van een marginale toetsing (voor zover de prognoses die het bestuursorgaan in het kader van de liquiditeitstest moet opstellen, moeten zijn vastgesteld "volgens redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen".

 

Welke vennootschapsvormen moeten verplicht een liquiditeitstest uitvoeren?

De verplichting om een liquiditeitstest te doen en daar een verslag van op te stellen wordt enkel opgelegd aan BV’s en CV’s, ter compensatie van de opheffing van de kapitaalvereiste en het behoud van de beperkte aansprakelijkheid.

Voor NV's schrijft de wetgever geen liquiditeitstest voor.

 

Inwerkingtreding

Bestaande vennootschappen

Vanaf 1 januari 2020 zullen alle uitkeringen voor de BV en de CV onder de toepassing van deze dubbele test vallen aangezien dit een dwingende bepalingen zijn.

Echter indien een vennootschap kiest voor een opt-in, worden de bepalingen met onmiddellijke ingang van toepassing (dus ook in 2019!).

Nieuw opgerichte vennootschappen

In de uitzonderlijke gevallen dat sinds 1 mei 2019 opgerichte vennootschappen al zouden overgaan tot een uitkering in 2019 zijn de beide testen ook op hen van toepassing.